Section 230
In 1996, toen 40 miljoen mensen het internet gebruikten, werd er een wet aangenomen. In 2019 waren 4 miljard mensen online. De wet was niet veranderd.
Hoe je deze pagina leest. Tik op een onderstreept woord om de exacte juridische term en een korte uitleg te zien. Open een "Dieper"-vak voor het bewijs en de punten die ter discussie staan. De hoofdtekst werkt op zichzelf — sla beide over en je krijgt nog steeds het hele verhaal.
De 26 woorden
"No provider or user of an interactive computer service shall be treated as the publisher or speaker of any information provided by another information content provider."
In het Nederlands: "Geen aanbieder of gebruiker van een interactieve computerdienst mag worden behandeld als de uitgever of spreker van informatie die door een andere aanbieder van informatie-inhoud is verstrekt."
Deze 26 woorden — in het Engels — zijn Section 230 van de Communications Decency Act, op 8 februari 1996 ondertekend en wet geworden. Ze vormen de juridische basis van het moderne internet. Ze gaven platforms immuniteit als tussenpersoon: de vrijheid om te hosten en te modereren wat gebruikers plaatsen, zonder als de uitgever ervan te worden behandeld. Burgerrechtenorganisaties, waaronder de Electronic Frontier Foundation, vochten de rest van de Communications Decency Act aan bij de rechter en kregen de censuurbepalingen geschrapt; de 26 woorden bleven overeind, en de EFF verdedigt ze sindsdien. De bedoeling was redelijk.
Immuniteit als tussenpersoon (intermediary immunity)
Het principe dat een online dienst juridisch niet aansprakelijk is voor content die gebruikers maken, zoals een telefoonbedrijf niet aansprakelijk is voor wat mensen aan de telefoon zeggen. Het is wat een platform in staat stelt miljarden berichten te hosten — en te modereren — zonder voor elk bericht te worden aangeklaagd. De moeilijke vraag die Section 230 openliet: geldt die immuniteit ook voor de eigen keuze van het platform welke berichten het versterkt?
Bronnen
- Communications Decency Act, Section 230 (1996) — Legal Information Institute, Cornell.
Het gat dat ontstond
Section 230 beschermt platforms niet alleen tegen aansprakelijkheid voor wat hun gebruikers plaatsen. Rechters legden de wet zo uit dat ze platforms ook beschermt tegen aansprakelijkheid voor hun eigen algoritmische aanbevelingen — voor de actieve keuze om je content te laten zien die eisers en sommige studies in verband brengen met radicalisering, depressie of schade, al is omstreden of die content ze ook veroorzaakt. Een platform dat schadelijke content via zijn aanbevelingsalgoritme (recommender system) versterkt, is volgens die uitleg van Section 230 niet meer aansprakelijk dan een platform dat de content alleen passief host.
Toen de wet werd geschreven, gebruikten 40 miljoen mensen het internet. In 2019 waren er meer dan 4 miljard online. Platforms hadden miljardenbedrijven gebouwd op algoritmische versterking. De immuniteit van 26 woorden, geschreven voor een andere wereld, gold ook voor deze.
Wat er verandert
Amerikaanse rechters oordelen nu dat Section 230 platforms niet beschermt tegen aansprakelijkheid voor een deel van hun eigen ontwerpkeuzes — ouderlijk toezicht, leeftijdscontroles, de drempels om een account te verwijderen, het nalaten te waarschuwen — los van de content zelf. De eigen functies van de feed zijn het omstreden middengebied: in 2023 oordeelde de federale rechter in de rechtszaken over schade aan jongeren dat claims tegen de eindeloze feed, de aanbevelingsalgoritmen en de timing van meldingen zijn uitgesloten, terwijl het Third Circuit in 2024 een zaak over de aanbevelingen van TikTok liet doorgaan. De uitspraak van maart 2026 in Los Angeles tegen Meta en Googles YouTube werd deels op dit argument gewonnen: niet "je hebt slechte content gehost", maar "je hebt een product ontworpen waarvan je wist dat het schadelijk was". De immuniteit is niet absoluut. Het ontwerpargument wint aan kracht.
Hoe we dit weten — het onderscheid tussen content en ontwerp dat rechters maken
De juridische verschuiving draait om één onderscheid. Section 230 beschermt een platform tegen aansprakelijkheid voor content van derden — wat gebruikers zeggen. Het was nooit vanzelfsprekend dat de wet ook de eigen productbeslissingen van het platform beschermt — eindeloos scrollen, autoplay, aanbevelingen, het moment van meldingen. Recente uitspraken (de federale beslissing van november 2023 in de rechtszaken over schade aan jongeren, die claims over het nalaten te waarschuwen toeliet, en claims over ontwerp wat betreft ouderlijk toezicht, leeftijdscontroles en het verwijderen van een account, terwijl ze de claims over de eindeloze feed, aanbevelingen en de timing van meldingen uitgesloten verklaarde; het Third Circuit dat een zaak over het algoritme van TikTok toeliet; de uitspraken van maart 2026) aanvaarden dat ten minste een deel van het ontwerp het eigen handelen van het platform is, niet de uitingen van iemand anders, en daarom buiten de 26 woorden valt.
Wat nog niet vaststaat. Waar precies de grens ligt tussen "een aanbeveling is een redactionele uiting (beschermd)" en "een aanbeveling is een productkenmerk (aansprakelijk)", wordt zaak voor zaak uitgeprocedeerd, en er lopen hoger beroepen. De richting is consequent; de precieze grens is nog geen vaststaand recht.
In Nederland
- Lycos/Pessers (Hoge Raad) (ECLI:NL:HR:2005:AU4019). In 2005 oordeelde de Hoge Raad dat een hostingprovider verplicht kan zijn de naam en het adres van een anonieme websitehouder te geven aan iemand die schade lijdt door ernstige beschuldigingen op die site. Er is geen algemene regel: weigeren kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn, wat de rechter per geval afweegt tegen de vrijheid van meningsuiting en de bescherming van persoonsgegevens. Rechtspraak.nl — Hoge Raad 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4019
Gecontroleerd 23 september 2026
Bronnen
- Communications Decency Act, Section 230 (1996) — Legal Information Institute, Cornell.
- American Civil Liberties Union, Reno v. ACLU (1997) — de rechtszaak tegen de censuurbepalingen van de CDA, met de EFF onder de eisers; Section 230 bleef onaangetast.
- Supreme Court of the United States (1997), Reno v. American Civil Liberties Union, 521 U.S. 844 — Legal Information Institute, Cornell: "ongeveer 40 miljoen mensen gebruikten het internet ten tijde van het proces" (1996).
- International Telecommunication Union (2019), Measuring digital development: Facts and figures 2019 — "naar schatting 4,1 miljard mensen gebruiken in 2019 het internet" (schatting van de ITU).
- Electronic Frontier Foundation — Section 230.
- US Congressional Research Service, Section 230: An Overview (R46751).
- CNBC (10 juni 2026), Google and Meta denied new trial in youth social media addiction case; Fortune (15 juli 2026), YouTube appeals verdict, argues it isn't a social media platform — Meta tekende enkele dagen eerder beroep aan.
- DLA Piper (januari 2024), Court addresses social media liability in adolescent addiction litigation — samenvatting van de uitspraak van 14 november 2023 over Section 230 en het Eerste Amendement; de beschikking zelf: US District Court for the Northern District of California (14 november 2023), In re: Social Media Adolescent Addiction/Personal Injury Products Liability Litigation, No. 4:22-md-03047-YGR, Dkt. 430 — claims over ouderlijk toezicht, leeftijdsverificatie, drempels om een account te verwijderen en het niet waarschuwen niet uitgesloten; claims over het ontbreken van een "begin en einde" van de feed, het "gebruik van algoritmen om verslavend engagement te bevorderen" en de timing en clustering van meldingen wel uitgesloten.
- US Court of Appeals for the Third Circuit (27 augustus 2024), Anderson v. TikTok.